Tijdloze jeugdliteratuur

Mijn liefde voor boeken deel ik graag en in 2003 ging ik deze uitdaging in groep 8 aan. Ik startte met Kruistocht in Spijkerbroek. Een avontuurlijk verhaal met veel diepgang dat mij als kind meezoog naar de tijd van de Middeleeuwen. Wat kon er misgaan? 

De realiteit was anders. Ik presenteerde het boek aan de klas, de kinderen wachtten vol spanning, maar tijdens het lezen zag ik dat de leerlingen wiebelden en veel om zich heen keken. Uit beleefdheid gingen ze nog net niet met elkaar praten. Diep teleurgesteld dacht ik hier aan het eind van de dag over na. Hoe kon het dat dit verhaal niet aan kwam? Daar waren twee redenen voor. Ten eerste was de taal verouderd. Er werden woorden gebruikt die de leerlingen in deze klas niet kenden en de zinnen waren langer dan de kinderen gewend waren. Het sloot niet aan bij de taal die ze thuis en in hun omgeving hoorden. Daarnaast hadden de leerlingen geen kennis van dit stuk van de geschiedenis. Ze hadden geen kennis waar ze het onderwerp van het verhaal aan op konden hangen. De woorden en zinnen die ik las, gingen totaal langs ze heen en ze konden geen voorstellingen bij het verhaal maken. Dit was een duidelijk signaal voor mij. Dit moest anders.   De makkelijke oplossing was geweest om een boek uit meer recente kinderliteratuur te gaan voorlezen. Maar ik hou van uitdagingen en ik gun leerlingen uitdagingen. Daarmee bedoel ik dat je niet te snel tevreden moet zijn en hoge verwachtingen van leerlingen moet hebben. Dus als ik dit boek wilde voorlezen, had ik twee dingen te doen. Ten eerste de woordenschat verhogen en ten tweede de kennis uitbreiden. Deze twee zaken heb ik tegelijk aangepakt.  

In de klas startte ik een thema rond de Middeleeuwen met een accent op Frankrijk en de kruistochten. De leerlingen leerden over hoe het leven in deze tijd was en wat de oorzaken van deze kruistochten waren. Dat verbeterde de kennis van dit tijdsbeeld en daar konden ze de gebeurtenissen uit het boek aanplakken. Om een eenvoudig voorbeeld te noemen, er was niet overal asfalt op de weg en je kon ook de bus niet pakken als je moe werd van het lopen. Dat niemand een mobiele telefoon had, speelde nog niet zo sterk in 2003. De geschiedenis verandert snel…….. 

Daarnaast had ik uit elk hoofdstuk een bladzijde uit het boek gekopieerd en die gingen we samen lezen. De kinderen hielden hun vinger bij de tekst en lazen mee. Ze zetten een streep bij moeilijke woorden. Uit elk haalde ik van tevoren de nieuwe en onbekende woorden en begrippen en die behandelde ik in de taalles. Dit deed ik vooraf aan het voorlezen, zodat deze woorden niet meer nieuw waren voor de leerlingen.   

Je kan je natuurlijk afvragen hoe belangrijk het was dat mijn leerlingen het boek uit mijn jeugd gingen begrijpen. Want dat ik het vroeger leuk vond, betekent niet dat ik dat mijn leerlingen door de strot moet duwen. Dat klopt, dat zou ik nu ook niet meer doen. Maar het heeft de leerlingen wel wat opgeleverd. Door niet meteen op te geven, heb ik de leerlingen uitgedaagd om uit hun comfort zone te komen en te groeien in hun niveau. De kennis en woordenschat van deze leerlingen is verhoogd, zodat ze niet alleen dit boek beter kunnen lezen, maar ook andere boeken en officiële brieven die op datzelfde niveau zijn geschreven. Want hoge verwachtingen hebben van je leerlingen zorgt dat ze uiteindelijk ook meer leren (Rubie-Davies, 2015). Door de kennis aan te bieden, bleef de nieuwe kennis beter hangen bij de leerlingen. Ze begrepen daardoor de inhoud van het verhaal beter, zodat ze ervan konden genieten (Hirsch, 2016).  

Natuurlijk heb ik in 2003 niet alles toegepast wat we nu weten uit de cognitieve leerpsychologie. Want bijvoorbeeld bij rekenen en spelling deelde ik deze kinderen van tevoren in hun niveaugroepen in. Ook was achteraf het meelezen wel dik in orde, maar de opdracht ‘onderstreep moeilijke woorden’ was een te open opdracht. Deze opdracht had ik meer moeten afbakenen, bijvoorbeeld ‘zet een rondje bij woorden die met tijd te maken hebben’. Ik heb een los thema aangeboden zonder daarbij rekening te houden met het curriculum. Om nog beter het begrip te laten beklijven had ik mijn thema niet ad hoc aan het door mij gekozen boek moeten hangen, maar had ik beter een goed boek bij een thema dat past in het curriculum kunnen kiezen.  Maar ik heb nu meer begrip waarom de dingen die ik deed werkten. Een mooie basis om de goede dingen te doen bij effectief leesonderwijs. Dus niks mis met het aanbieden van een boek uit je jeugd, maar wel kritisch kijken naar het nut en de toegevoegde waarde daarvan in je onderwijs. 

Deze blog sluit aan bij onze bijdrage aan ResearchED Nederland 2021. Lees hierover meer via onderstaande knop.  

Academica spreekt op ResearchED Nederland 2021Lees meer over onze bijdrage

Margreet Mulder

Margreet Mulder MSc.

Kerndocent Academica