Extra inzet van personeel en ondersteuning

Blogserie NPO menukaart

De vraag om kleinere klassen

Een vaak gehoorde vraag zowel van ouders als leraren is die naar klassenverkleining. Er is een breed gedeeld gevoel dat kleinere klassen beter zijn, zowel voor het kind, dat meer individuele aandacht kan krijgen, als voor de leraar, die makkelijker de klas kan controleren.

Hier wordt vaak tegen ingebracht dat onderzoek aantoont dat klassengrootte helemaal geen verschil uitmaakt voor de leeruitkomsten. Dat is gedeeltelijk juist. Hoewel de onderzoeksresultaten per studie verschillen, is er wel degelijk onderzoek dat aantoont dat kleinere klassen een verschil maken. De meest bekende studie hierover is project STAR. Dit project, uitgevoerd in de Amerikaanse staat Tennessee, was een experimentele studie waarin 11600 leerlingen in de eerste drie jaren van het basisonderwijs door toevalstrekking toegewezen werden aan oftewel een kleine klas of een klas van normale grootte. Men vond dat kinderen die in de kleinere klas gezeten hadden het iets beter deden op gestandaardiseerde toetsen, en dat dit effect zelfs jaren later nog meetbaar was (Kruger et al, 2000).

Toch moeten we bij het verlagen van de klassengrootte als interventie vraagtekens plaatsen. Ten eerste is het niet zo dat alle studies positieve resultaten laten zien. Een studie in Engeland bijvoorbeeld, vond helemaal geen relatie tussen klassengrootte en leerprestaties (Blatchford et al, 2003).

Ten tweede is het zo dat de effecten van het verkleinen van de klas klein zijn in relatie tot de grote kosten die gepaard gaan met het aanwerven van bijkomende leerkrachten.The Cost of Class Size Reduction

En ten derde is er een gevaarlijke neveneffect van het werven van nieuwe leraren. Het ‘aanbod’ leraren is immers beperkt, zeker in Nederland waar we met serieuze tekorten zitten. Dat betekent dat het aanwerven van nieuwe leraren in een school vaak ten koste van andere scholen gaat. En omdat het vaak aantrekkelijker is in ‘minder moeilijke’ scholen te werken, zien we dan een beweging van leraren die van een in moeilijkere omstandigheden in bijvoorbeeld de binnensteden, gaan naar scholen in de buitenwijken. En dat vergroot de sociale ongelijkheid. Er zijn aanwijzingen dat NPO-gelden dit effect nu al veroorzaken. Noodkreet Arnhemse schooldirecteur: ‘Scholen in achterstandswijken worden leeggevist door extra financiële steun’

De inzet van onderwijsassistenten

Een alternatief om de leerling/leraar-ratio te verkleinen is werken met onderwijsassistenten. Ook dit is een omstreden interventie. Er wordt soms beweerd dat dit in de eerste plaats een kostenbesparende maatregel is in vergelijking met het aannemen van meer leraren en dat dit ten koste gaat van de kwaliteit. Ook hier zien we tegenstrijdige resultaten. Zo tonen sommige studies aan dat leerlingen die meer steun kregen van onderwijsassistenten slechter presteren. Hier moeten we echter nadenken over wat er precies aan de hand is.

Wat we in deze studies zien is het feit dat in veel gevallen onderwijsassistenten worden ingezet om de leerlingen met een leerachterstand te ondersteunen (Blatchford et al, 2013). Dit is echter de wereld op zijn kop. Als we sociaal rechtvaardig willen handelen moeten we juist de leerlingen die het meeste steun nodig hebben ondersteuning laten geven door de best opgeleide experts in de school: de leraren. Onderwijsassistenten kunnen dan met de leerlingen werken die dat juist minder nodig hebben.

Wat we zien is dat het wel degelijk heel effectief kan zijn onderwijs-assistenten in te zetten, zolang er aan bepaalde voorwaarden voldaan wordt. Het is belangrijk dat onderwijsassistenten goed worden ondersteund. Zij moeten training en professionele ontwikkeling krijgen, goed samenwerken met de leraar en als leden van het leerteam meegenomen worden in het onderwijsontwikkeling van de school.

Wanneer we dit doen kan het inzetten van onderwijsassistenten een effectief model zijn om leerlingen meer steun te bieden zonder daarbij andere scholen te kannibaliseren door hun leraren weg te kopen.

Lees ook onze overige blogs m.b.t. de NPO menukaart

  • Blatchford, P., Russell, A., Bassett, P., Brown, P. & Martin, C. (2013). The role and effects of teaching assistants in English primary schools (Years 4 to 6) 2000–2003. Results from the Class Size and Pupil—Adult Ratios (CSPAR) KS2 Project. British Educational Research Journal, 33(1), 5-26.

  • Blatchford, Bassett, Goldstein and Martin (2003). Are class size differences related to pupils’ educational progress and classroom processes? Findings from the Institute of Education class size study of children aged 5 to 7 years’, British Educational Research Journal, 29(5), 709-730.

  • Krueger, A. B. & Schanzenbach, D. W, (2000). The Effect of Attending a Small Class in the Early Grades on College-Test Taking and Middle School Test Results: Evidence from Project Star (April 2000). NBER Working Paper No. w7656, Available at SSRN https://ssrn.com/abstract=228130

Professor dr. Daniel Muijs

Prof. Dr. Daniel Muijs

Dean School of Education and Society